Gewelfkamer

In 1581 werd de universiteit ondergebracht in de kapel van de Witte nonnen, die daarvoor grondig verbouwd werd. In het koor kwam een collegekamer voor medici en natuurkundigen en in de Gewelfkamer op de begane grond een bibliotheek.

 

De Gewelfkamer ontleent zijn naam aan het graatgewelf waarop het nonnenkoor, thans Senaatskamer, rust. Aanvankelijk bedoeld als bibliotheek, werd de ruimte al snel voor colleges wis- en natuurkunde gebruikt. En voor de colleges theologie na de inrichting van natuurkundige en chemische laboratoria in de Hortus botanicus in het derde kwart van de 17e eeuw.

Leidse Letter

Op de vloer van de Gewelfkamer is, in de Leidse Letter van Gerard Unger, het universitaire devies te lezen: praesidium academia lugduno batava libertatis: de Leidse universiteit is een bolwerk van vrijheid.

Witte nonnen

Witte nonnen kende Leiden al in het begin van de vijftiende eeuw. Ze ontleenden hun naam aan het witte schouderkleed dat ze droegen. Het klooster van deze nonnen, die tot de orde van de Dominicanen behoorden, stamt van rond 1447. Hoe hun oorspronkelijke kapel eruitzag weten we niet, wel dat in het begin van de zestiende eeuw een nieuwe kapel werd neergezet, het huidige gebouw.

 
Laatst Gewijzigd: 16-02-2013