In het Academiegebouw

Pleintje Academiegebouw

De huidige ingang van het Academiegebouw dateert van 1828. De monumentale stenen poort naar het Rapenburg werd afgebroken en vervangen door een zakelijk hekwerk. Aan de overzijde van het plein werd de poort naar de hortus gecreëerd.


Gewelfkamer

In 1581 werd de universiteit ondergebracht in de kapel van de Witte nonnen, die daarvoor grondig verbouwd werd. In het koor kwam een collegekamer voor medici en natuurkundigen en in de Gewelfkamer op de begane grond een bibliotheek.


Groot Auditorium

Het Groot Auditorium ontstond door het aanbrengen van de balkenlaag in de kapel in 1581. Vanaf het begin werd de zaal niet alleen voor de colleges van de theologen gebruikt, maar ook voor ceremoniële doeleinden als promoties en redevoeringen.


Vleugel van Van Lokhorst

Van Lokhorst bouwde in de jaren 1897-1899 voor het groeiende aantal rechtenstudenten een nieuwe vleugel, neogotisch van stijl. Die bevatte twee kleinere collegezalen op de begane grond en een grote zaal op de eerste verdieping.


Menso Kamerlingh Onnes kamer

In de Leidse collectie professorenportretten is een aantal vooraanstaande kunstenaars vertegenwoordigd. Eén van de meer recente is Menso Kamerlingh Onnes (1860-1925). Hij was een jongere broer van Heike Kamerlingh Onnes, de Leidse natuurkundige.


Binnenplaats Receptiekamer

De Receptiekamer was gebouwd als vergaderruimte voor curatoren in 1828. In de 20e eeuw veranderde de functie in ontvangstruimte om de gasten van een nieuwe hoogleraar of jonge doctor in de gelegenheid te stellen hun felicitatie uit te brengen.


Traptoren

In de traptoren bracht rechtenstudent Victor de Stuers in 1865 in houtskool een aantal scènes uit het leven van de Leidse student aan, de Gradus ad Parnassum.


Klein Auditorium

Het Klein Auditorium was aanvankelijk bestemd voor letterkundigen en juristen. Deze ruimte werd wel ‘de bovenschool’ genoemd. In 1596 werd dit auditorium geschikt gemaakt voor publieke disputaties.


Togakamer

In de Togakamer worden alle toga’s van de Leidse hoogleraren bewaard. Het dragen van een toga was aanvankelijk niet aan regels gebonden. Pas in 1677 besloot de Senaat de toga verplicht te stellen bij publieke promoties.


Zweetkamertje

De tekeningen aan weerszijden van de deur van het Zweetkamertje dateren van 1865. Ze zijn van de hand van student Victor de Stuers.


Senaatskamer

In 1733 besloten curatoren de collegekamer van de medische faculteit, voorheen het nonnenkoor, te verbouwen tot nieuwe Senaatskamer. Het ontwerp was van de schilder Hieronymus van der Meij. In 1735 werd besloten een galerij in te richten van professorenportretten, in beginsel te schilderen door Van der Meij.