Jeronimo de Bosch, waar hij hoort

Jeronimo de Bosch (1740-1811) was een van de belangrijkste curatoren uit de geschiedenis van de universiteit. En nu is hij weer terug waar hij hoort: in Curatorenkamer van het Academiegebouw, in de vorm van een juweel van een portretje, geschilderd door Johann Friedrich August Tischbein. Unversiteitshistoricus Willem Otterspeer doet verslag.

Blauwe voile

Aan het hoofd van de groenbeklede tafel in de statige curatorenkamer, omstrooid door roze pioenrozen en gehuld in blauwe voile, staat daar het kleine portret van de Leidse Allgewaltige. Het is niet lang geleden op de markt gekomen, door kunsthandelsfirma Hoogsteder aangekocht en van een passende lijst voorzien. Vervolgens zoekt Emilie den Tonkelaar, Leids kunsthistorica in dienst van Hoogsteder, contact met het Academisch Historisch Museum met de vraag of daar belangstelling bestaat voor een portret van een oud-curator van de universiteit.


Leids Universiteits Fonds

Die belangstelling is er in hoge mate maar de beschikbaarheid van middelen is er omgekeerd evenredig aan. En dus raadpleegt het museum het onvolprezen Leids Universiteits Fonds. Dat benadert vervolgens het Elise Mathilde Fonds, dat de nalatenschap van Elise Mathilde van Beuningen (1890-1941) beheert en incidenteel een bijdrage levert aan de aanschaf van museale kunstvoorwerpen.


Groot kunstenaar

En zo komt het dat Janine Nauta (foto's), vertegenwoordiger van het Elise Mathilde Fonds, een portret onthult van iemand die in diezelfde kamer een tiental keren per jaar het lot van de universiteit bestierde. Een man van enorme invloed, geschilderd bovendien door een groot kunstenaar. En die nu bij wijze van spreken terugkomt om te kijken voorwaar niet slecht.


Wie was Jeronimo de Bosch?

Jeronimo de Bosch (1740-1811) bracht het van geleerde apotheker – ‘dus gaat en keert hij gedurig heên en weder van den stamper tot den pen, van de pen tot den stamper,’ schrijft Van Lennep over hem – tot eerste stadsklerk van Amsterdam en dus opvolger van de grote historicus Wagenaar. Hij was boezemvriend van hoogleraar klassieke talen en bibliothecaris van de Universiteitsbibliotheek Daniël Wyttenbach, die elf jaar bij hem inwoonde (en van hem gezegd moet hebben ‘dat hij de mensch was van vele menschen’). De Bosch was lofdichter en lierzanger, prijsvraagbeantwoorder en genootschapstijger.

Enorm netwerk

De Bosch dichtte Latijnse prachtverzen op elk partijtje en bruiloft, geboortefeest of begrafenis. Hij schreef verhandelingen over alles en nog wat, bijvoorbeeld Hoedanig was het gevoelen der oude wijsgeren, van Thales en Pythagoras af tot op Seneca toe, wegens het leven en den staat der zielen na den dood des ligchaams? Dusdoende won hij alles wat er aan gouden en zilveren medailles te winnen was en werd lid van vrijwel alle binnenlandse genootschappen en menig buitenlands. Het bracht hem aanzien, een enorm netwerk en dat alles kon de Leidse universiteit, wier curator hij werd in 1798, goed gebruiken.

Een zegen

De Bosch was een zegen voor de Leidse universiteit. Hij was een gematigd mens in een radicale periode, die zijn functie aanvaardde midden in de Franse tijd. Je zou hem een burgemeester in oorlogstijd kunnen noemen, om die term daarmee juist te relativeren. Want De Bosch loodste de universiteit op gedecideerde wijze door een periode heen die alle privileges wilde afnemen en op termijn zelfs het hele universitaire leven bedreigde.

Onpartijdig

Wars van enig partijschap - ‘Ik ken slechts één goede partij, zij is die van de goede zaak, en van welmeenende menschen,’ moet hij duizendmaal herhaald hebben – rekende hij het zich tot een eer de ontslagen professoren als Kluit, Boers en Luzac in hun functie hersteld te hebben. Ook haalde hij een groot aantal talentvolle jongeren - Nieuwland, Van Beeck Calkoen, Kemper - naar de universiteit. De Bosch was een echte Professorenmacher en hij verdient het met ere genoemd te worden.

Tischbein

Het prachtige frontale portret van Jeronimo de Bosch is van de hand van Johann Friedrich August Tischbein, een kunstenaar stammend uit een Duitse familie die ruim twintig schilders met die naam heeft voortgebracht. De bekendste daarvan is Johann Heinrich Wilhelm Tischbein, die in Rome veel contact met Goethe had en het meest gereproduceerde portret van hem maakte: de Olympiër rustend in de Campagna de Romeinse ruïnes beschouwend.

De beste

‘Onze’ Tischbein, die door deskundigen als de beste uit zijn familie wordt beschouwd, werd geboren in 1750 in Duitsland. Hij kwam in Nederland terecht omdat zijn vader daar werkzaam was voor Anna van Hannover, de vrouw van stadhouder Willem IV. Tischbein reisde door heel Europa op zoek naar opdrachten en verbleef in Parijs, Leipzig, Florence, Rome, Den Haag en Amsterdam.

Kabinetstuk

Tischbein heeft een groot oeuvre op zijn naam staan. In Den Haag schilderde hij de Oranjes en de adel daar omheen, in Amsterdam regenten en gezeten kooplieden. Hij vertrok in 1794 naar Leipzig om daar directeur van de Kunstacademie te worden. Ons portret moet kort daarvoor zijn gemaakt: het is gedateerd 1794. Het past in de Nederlandse traditie van het kabinetstuk: bescheiden van afmeting en zorgvuldig met oog voor detail geschilderd. De levendige verschijning van De Bosch geeft de beschouwer het prettige en misplaatste gevoel dat er contact is tussen hem en de geportretteerde.

Willem Otterspeer
hoogleraar Universiteitsgeschiedenis en
conservator van het Academisch Historisch Museum
8 juni 2011

Links

Studeren in Leiden

Bachelor

Master

 
Laatst Gewijzigd: 20-07-2012